Sign In
New User? Sign Up
palestrinastraat · Palestrinastraat Online
? Already a member? Sign in to Yahoo!

Yahoo! Groups Tips

Did you know...
You can add links to your Web sites related to your group?

Messages

  Messages Help
Advanced
Brief van een notaris in ruste   Message List  
Reply | Forward Message #50 of 81 |
Palestrini,

Een meelezer - een "lurker" in newsgroup speak - zond ons
een reactie op de "Brief bij het vuilnis gevonden".
Behalve een feitelijke aanvulling op de informatie die over
Palestrinastraat 31 rondzwerft, geeft deze brief ons ook
een nieuw inzicht in de lotgevallen van de verdwenen
kinderen.

RL/P-6hs

*****************
Veldhoven, 17 maart 2004

Geachte heer,

Met belangstelling lees ik de stukjes die u op
Palestrinastraat Online publiceert. Zelf heb ik geen PC,
maar mijn schoondochter print ze voor mij uit van het
internet en stuurt ze mij toe.
Vooral in de onthullingen over Palestrinastraat 31 ben ik
geïnteresseerd, omdat ik daar als student zelf gewoond heb.
Ik huurde een kamer bij mevrouw Vogelenzangh. Dat zal zo
begin jaren zestig geweest zijn, tijdens mijn rechtenstudie
aan de GU, de tegenwoordige UvA.
Mijn hospita bewoonde zelf de tweede verdieping en
verhuurde de bovenetage aan studenten. Dat was in die tijd
heel gebruikelijk. Jammer toch eigenlijk, dat de mensen
tegenwoordig zo rijk zijn en het voor het geld niet meer
hoeven te doen. Een student van vandaag betaalt voor een
kamertje waar net zijn bed in past, soms al het tienvoudige
van wat ik kwijt was voor een riante kamer met openslaande
deuren en een balkon op het zuiden. Die fl.90,- per maand,
die ik moest betalen, incl. licht en verwarming, was toen
ongeveer een weekloon, maar omdat ik naast mijn studie
parttime bij de PTT werkte, bij de telefoondienst in de
Spuistraat, hield ik met mijn studietoelage erbij nog
genoeg over om in een tweedehands Fiatje rond te rijden. Ik
weet nog, dat benzine toen per liter twee kwartjes kostte
en een pakje shag een gulden. En natuurlijk overal vrij
parkeren! Wat dat betreft is het er in de afgelopen veertig
jaar beslist niet beter op geworden.

In de kamer naast mij, woonde eerst een jongen die
politicologie studeerde, maar contact hadden wij
nauwelijks. Hij was een paar jaar ouder dan ik en als jong
studentje uit de provincie keek ik met ontzag naar de
hoeveelheid lege bierkratten, die zich in een
onwaarschijnlijk tempo in het gemeenschappelijke keukentje
opstapelden. Hij had veel aanloop, vaak tot diep in de
nacht, ook van vrouwelijke studenten. Dat was ook de reden,
dat mevrouw Vogelenzangh hem uiteindelijk de huur opzegde.
Zij duldde geen geflikflooi boven haar hoofd. Vele jaren
later zag ik hem terug in een TV-programma, met zo’n
nonchalante stoppelbaard van een week niet scheren. Een
bijzonder onverzorgd gezicht.
Na hem kwam er voor korte tijd een stewardess op de kamer.
Er was nauwelijks gelegenheid haar te leren kennen, want ze
was er bijna nooit en als ze er was, sliep ze. Al vrij snel
betrapte de hospita haar, toen ze ’s avonds laat een
manspersoon naar haar kamer probeerde te smokkelen. Dat
ging niet bepaald geruisloos, omdat ze allebei behoorlijk
aangeschoten waren en zij mocht dus ook weer vertrekken.

Aan alles was te merken, dat de sexuele revolutie van de
jaren zestig op het punt stond los te barsten, maar de
hospita’s in Zuid stonden pal en nog jarenlang vormden zij
met elkaar een laatste linie tegen het zedelijk verval dat
sinds die tijd onze maatschappij hand over hand heeft
ondermijnd.
In het benedenhuis was het een Sodom en Gomorrah. Er woonde
een nog vrij jonge mevrouw, die geregeld herenbezoek over
de vloer had, als u begrijpt wat ik bedoel. Zij kende geen
enkele gêne. Meer dan eens ben ik er van mijn balkon aan de
achterzijde getuige van geweest dat zij beneden in de tuin
geheel ontkleed lag te zonnen en zelfs heb ik meegemaakt,
dat zij gillend door de tuin rende met een spiernaakte heer
achter haar aan. Nu ja, bijna; zijn sokken had hij nog aan.

Vaak waren er feesten, waar jazzplaten werden gedraaid en
daar werd alles gedaan, wat God verboden heeft. Dat is niet
zomaar een verzinsel van mij. Ik ben er een keer zelf
bijgeweest. Het was warm en de ramen stonden open. Ik zat
voor een tentamen en op een gegeven moment ben ik naar
beneden gegaan om te vragen, of de muziek misschien wat
zachter kon. De deur werd geopend door een neger. Nu zou
daar niemand van opkijken, maar in de jaren zestig was een
neger nog bijna een bezienswaardigheid. Hij rookte een
shaggie, dat een mij vreemde, zoetige geur verspreidde en
hij wenkte me met een brede lach om binnen te komen. Ik was
een beetje overdonderd en ook wel erg nieuwsgierig, moet ik
erkennen en dus stapte ik zonder aarzelen naarbinnen. Zo’n
kans om dit huis van verdachte zeden eindelijk eens van
binnen te bekijken, kon ik niet laten lopen. Wat ik zag,
overtrof mijn wildste speculaties.
Ik ga u niet vervelen met de taferelen die ik er
aanschouwde. Je hoeft tegenwoordig de TV maar aan te
zetten, of een theater te bezoeken en het is tien keer
erger. Naakt dansende paren, drugs, in de andere kamer
groepssex, wie ligt daar nog wakker van? Toen ik de hal
doorliep en een paar treden opging, stond ik tegenover een
grote spiegel, ter weerszijden waarvan op pedestals satyrs
stonden met reusachtige phallussen. Als u het werk van
Aubrey Beardsley kent, weet u wat ik bedoel. Over één had
iemand een hemd gehangen en eronder zat een halfnaakte
vrouw wezenloos te giechelen. Ik zal toen een jaar of
twintig geweest zijn en de plotselinge confrontatie
verbijsterde mij. Ik stapte over haar heen en kwam een door
kaarsen verlichte kamer binnen. Daar stond het blauw van de
rook. De vreemde geur was overweldigend. In het
schemerduister ontwaarde ik overal liggende gedaanten.
Iemand omarmde mij en duwde een sigaret tussen mijn lippen
en toen ik werktuigelijk een trekje had genomen, werd ik
uitvoerig op mijn mond gezoend. Na nog een paar trekjes
werd ik tot mijn verwondering zomaar erg vrolijk en toen
mijn partner bij nader inzien een man bleek te zijn, moest
ik daar vreselijk om lachen. Ook de groepsverrichtingen in
de kamer en suite, die zich als een vertraagde film voor
mij afspeelden, maakten een voortdurende lach in mij los.
Ik was er zeker van dat zij bezig waren tentamen te doen,
alleen wist ik niet in welk vak. Ook raakte ik ervan
overtuigd, dat alle mannen Hans heetten en alle vrouwen Ans
en het wonder dat daarin besloten lag deed mijn lach
verstommen om plaats te maken voor een geweldige dorst.
In mijn herinnering dronk ik glas na glas uit een bassin
gevuld met een rode drank, waarin kleingesneden vruchten
dreven. Later werd mij een beker aangereikt en toen mijn
dorst niet te lessen leek, vormden de aanwezigen een
ketting en gaven zilveren bokalen aan elkaar door om mijn
tempo te kunnen bijhouden.
Toen trad de gastvrouw naar voren en nam mij bij de hand.
Ze droeg een doorzichtig gewaad en een fantastische pruik
en haar gezicht was half wit en half zwart geschminkt, haar
ogen groot omlijnd en haar mond een hart. Ze leidde mij
naar de tuin en liet mij op een bed plaatsnemen. Daar kuste
zij mij. Zij deed het met gratie en een deel van de gasten
keek glimlachend toe. Terwijl zij zich over mij heen boog,
besefte ik dat zij geen gewone stervelinge kon zijn. Zij
was een maangodin en een oneindig gevoel van genegenheid
maakte zich van mij meester, dat mij deed wenen.
Ik strekte mijn armen naar haar uit, maar er schoof een
wolk voor de maan en ik bleef alleen achter.

Daarna kreeg ik een droom. Het kan zijn dat ik het
voorgaande ook half gedroomd heb, maar in mijn herinnering
is een gevoelsmatig onderscheid aanwezig tussen wat ik nog
werkelijk beleefd meen te hebben en de droom in de tuin. De
volgende dag werd ik daar wakker, in een tuinstoel. Ik had
mij bevuild en ik voelde me vreselijk. Ik ben het huis in
gekropen. Binnen heerste een enorme chaos, maar er was
niemand, ook de buurvrouw niet. Die lag waarschijnlijk
boven te slapen. Stil ben ik de deur uitgegaan en de trap
naar mijn kamer opgeklommen. Op de overloop kwam ik mevrouw
Vogelenzangh tegen. Ze keek me vorsend aan, maar ze zei
niets. Daar was ik haar achteraf dankbaar voor. Eenmaal op
mijn kamer, heb ik eerst langdurig gebraakt. Er leek geen
einde aan te komen. Daarna heb ik mij gewassen bij het
fonteintje. Het tentamen heb ik uiteraard niet gedaan. Pas
de dag erna kwam ik weer enigszins tot mijzelf.
In het benedenhuis heb ik nooit meer een stap gezet, hoewel
de buurvrouw - haar naam wil mij niet meer te binnen
schieten – mij sindsdien bij elke toevallige ontmoeting met
een licht geamuseerde blik groette.

Deze herinneringen kwamen na al die jaren weer bij me
boven, toen ik de brieven las die u vorige week bij het
vuilnis vond. Wonderlijk genoeg, komen daar passages in
voor, die zo uit mijn droom lijken te zijn overgenomen.
Die droom is me altijd bijgebleven. Ik heb hem indertijd
ook verschillende keren proberen te beschrijven, maar
altijd bleef ik het gevoel houden, dat de essentie ervan
niet weer te geven was. Hebt u wel eens een droom proberen
op te schrijven? Na de eerste aanhef zakt de moed je al in
de schoenen. Je realiseert je, dat de veelheid aan details
zo overweldigend is en de zijpaden zo talrijk, dat je een
ordening moet aanbrengen. Wat is belangrijk en wat niet?
Daarmee doe je de droom in feite al geweld aan, want alles
is even belangrijk en niets is wat het lijkt. Je probeert
een grazend paard te beschrijven en onder je pen verandert
het in een spartelende vis. Uiteindelijk kom je tot een
samenvatting, een rationele verhaallijn zonder al te veel
franje en dat is tenslotte wat je je van een droom
herinnert, de projectie van een geest.

Ik weet ook niet, of ik wel zo blij ben met deze
herrijzenis van een stukje verleden. Zij rakelt allerlei
oude herinneringen op, die ik liever was vergeten. Maar wat
mij deed besluiten u te schrijven, was een voor mij
onverklaarbare overeenkomst tussen mijn droom en een
ervaring van iemand anders op een heel ander tijdstip, maar
in diezelfde tuin. Hoe is het mogelijk, dat een kind de
dingen beleeft die ik – ik schat zo’n twintig jaar eerder –
daar heb zien gebeuren in de spiegeling van een droom? Deze
vraag houdt me nu al dagen bezig en ik zie geen weg naar
een bevredigend antwoord.
De aantekeningen die ik indertijd maakte zijn helaas
verloren gegaan tijdens mijn verhuizing naar Veldhoven.
Waarschijnlijk zaten zij tussen paperassen die ik toen heb
weggedaan. Maar het verhaal herinner ik mij in grote lijnen
nog wel.

Ik zweefde in een groene wereld en voor mijn gevoel duurde
dat eindeloos. Maar haast onmerkbaar begon ik op te
stijgen, heel langzaam eerst en allengs sneller in de
richting van het licht. Ik was een dolfijn. Ik sprong boven
de zeespiegel uit en speelde met andere dolfijnen in de
golven voor een zilveren strand. Uit een bos dat achter de
kust verrees, kwam een vrouw. Zij stak het strand over,
legde haar gewaad af en zwom naar mij toe. Urenlang
speelden wij met elkaar en toen de zon onderging, volgde ik
haar naar het strand. Op de grens van land en water wierp
zij haar regenboogkleurig gewaad over mij heen en ze nam
mij in haar armen. Ik voelde een vreemde aandrang om op te
staan en toen zij de stof wegtrok, stond ik naast haar. Ik
was een hert en als hert volgde ik haar het bos in.
Een eeuwigheid brachten wij in het bos door en ik voelde
mij gelukkig. Ik graasde met de andere herten, maar altijd
volgde ik haar en als zij sliep was ik het die over haar
waakte. Zij leek steeds minder een vrouw en steeds meer een
meisje. Op het laatst was ze niet meer dan een kind. Het
maakte haar onrustig en ze begon te zwerven. Aanvankelijk
trok de hele roedel met haar mee, maar steeds vielen er een
paar af en op het laatst waren we alleen nog samen. Op een
dag hoorden we heel in de verte een stem die riep: “Zusje,
zusje, waar ben je?” en ze begon te rennen en ik volgde
haar. Het geroep klonk dan weer dichtbij, dan weer van ver,
maar uiteindelijk kwamen we bij een open plek, waar zich
een schitterend meer uitstrekte in het licht van de zon.
Langs de oever liep een jongen met zijn rug naar ons toe en
zodra ze hem zag, riep het meisje: “Broertje, lief
broertje, loop niet weg, wacht toch even!”
Hij draaide zich om en ze holde naar hem toe. Toen ze bij
hem was gekomen, vielen zij elkaar om de hals en lange tijd
bleven ze zo staan. Ik was haar aarzelend gevolgd tot aan
de rand van het meer en daar hield ik stil en keek toe.
Zij namen elkaar bij de hand en liepen over een helling vol
bloemen in de richting van een muur die iets verder uit het
struikgewas oprees. In het midden gaapte een donkere poort,
waarin een trap naar beneden voerde. Daar gingen zij samen
door naar binnen. Ze daalden af in wat een grafkelder kon
zijn, of een toegang tot de onderwereld en toen zij eenmaal
uit het zicht waren, sloot de poort zich en verdween voor
mijn ogen.
Nog lang stond ik aan de oever van het meer en staarde in
het water. Uit een impuls liep ik naar voren over de
glooiende bodem tot de golven zich boven mij sloten.
Langzaam zakte ik naar beneden en op het laatst zweefde ik
in een groene wereld. Voor mijn gevoel duurde dat een
eeuwigheid.

Ongelooflijk, vindt u niet? Hoewel de ontwikkelingen voor
ons in omgekeerde volgorde plaatsvinden, valt niet te
ontkennen dat het in beide gevallen om dezelfde droom gaat.
Tijd is in dromen ook maar een relatief begrip. Een moment
kan een eeuwigheid omvatten en een eeuwigheid duurt slecht
een tel. Als alle gebeurtenissen samenvloeien in een enkele
druppel tijd, wie zal dan nog zeggen wat eerst gebeurde en
wat erna?

Ik weet zelf niet hoe, maar ik hoop dat deze brief op
enigerlei wijze nieuw licht mag werpen op de verblijfplaats
van die twee kinderen uit de Palestrinastraat 31 en dat
ooit iemand erin zal slagen de waarheid aan het licht te
brengen.

Intussen wens ik u daarin veel succes,

Mr. M. Besnard
notaris in ruste






___________________________________________________________
Yahoo! Messenger - Communicate instantly..."Ping"
your friends today! Download Messenger Now
http://uk.messenger.yahoo.com/download/index.html



Thu Mar 18, 2004 8:17 pm

LAGEDOR
Offline Offline
Send Email Send Email

Forward
Message #50 of 81 |
Expand Messages Author Sort by Date

Palestrini, Een meelezer - een "lurker" in newsgroup speak - zond ons een reactie op de "Brief bij het vuilnis gevonden". Behalve een feitelijke aanvulling op...
Ronald Langereis
LAGEDOR
Offline Send Email
Mar 18, 2004
8:17 pm
Advanced

Copyright © 2009 Yahoo! UK. All rights reserved.
Privacy Policy - Terms of Service - Guidelines - Help